Wednesday, January 12, 2005
MESSENTREKKERIJ IN GOOILAND
RUW VERMAAK
In de 18e eeuw was 't Gooi een streek waar buitenshuis weinig te beleven
viel. Wel waren er in de dorpen enige herbergen waar gezelligheid van
mannen onder elkaar vooral uit het drinken van sterke drank bestond. Soms
werden er ook dansavonden voor vrijgezellen gegeven, die bekend stonden
als 'jongspel'. Bij het jongspel werd de muziek verzorgd een aantal
vrouwen. Zij zaten op een verhoging en trommelden en klepperden met een
lange sleutel. De avond werd betaald door een groep jongens. Gezamenlijk
lapten zij geld bijeen en kochten daarvoor een vat bier. Danslustige
meisjes stelden zich op in twee rijen voor de deur van de herberg. Iedere
jongen koos een meisje en danste ermee zolang zij hem beviel. Wanneer hij
genoeg van haar kreeg, bracht hij haar weer naar buiten en koos een ander.
Was het vat bier leeg, dan bleven alleen de grootste liefhebbers over, zij
betaalden hun vertering verder uit eigen zak.(1)
Het hoogtepunt binnen ieder dorp was de jaarlijkse kermis. De vroegste van
Gooiland was de Bussumer kermis van begin juni. Op maandag 4 juni 1770 was
het weer zo ver. Er werd gedanst en stevig gedronken. Ook van elders
kwamen kermisvierders. Uit Naarden kwam de wat oudere soldaat Thomas
Delva met zijn kinderen. In de herberg van Marretje, de weduwe van Jan van
Soest, besloot hij een biertje te gaan drinken. Daar waren echter ook zes
Huizer boeren, die de gezelligheid buiten hun eigen dorp zochten. In het
calvinistische Huizen was kermis taboe. Dergelijk zondig vermaak was de
Here niet welgevallig. Het waren dus niet altijd de besten die hun heil
en vaak ruzie elders zochten. Ruziemaken was vroeger een soort sport.
Vooral het 'bekkesnijden' was populair. Bij een dergelijke uitgelokte
vechtpartij was het 'de kunst' om je tegenstander met een mes een haal
over zijn wang te geven. Het slachtoffer liep daarna zijn leven lang met
een litteken rond.(2) Mogelijk waren de Huizers ook daarop uit. Ze
begonnen Delva lastig te vallen. Eerst wilden ze hem dwingen mee te
dansen. De soldaat weigerde dat, waarop één van de Huizers zijn kan bier
afpakte en leegdronk. Delva zei spottend: "Drink maar op mijn rekening".
Waarop de andere Huizers tegen hun kompaan zeiden: "Rekening of geen
rekening, neem maar weg". De herbergierster Marretje, bang voor een
vechtpartij, probeerde de zaak te sussen en vroeg Delva stil te zijn,
omdat hij tegen de overmacht niet op kon. Daarop gaf één van de Huizers
Delva onverwachts van achteren een klap op zijn hoofd. Deze vechtersbaas
had een rode vlek op zijn gezicht, mogelijk een overblijfsel van een
vroegere vechtpartij. De soldaat was ongewapend, maar plotseling trokken
de boeren en hij hun messen en al vechtende verlieten zij de herberg. Het
slachtoffer wist weg te vluchten en verstopte zich bij Kees Perk in de nok
van het dak. Gezeten op een hanenbalk bleef hij angstig wachten tot de
kust veilig was. Nadat de messentrekkers weggetrokken waren riep de vrouw
van Kees Perk hem naar beneden. De vrouw gaf hem brandewijn om zijn wonden
te wassen. Thomas was licht gewond, maar voelde zich voldoende hersteld om
met zijn kinderen naar de kermis te wandelen. De Huizers hadden zich
inmiddels in twee groepen gesplitst, die elders in een huis gingen eten.
Eén van de Huizers werd weer naar de herberg gestuurd om twee flessen wijn
te halen. Ter hoogte van de Kapel stuitte Delva op de wijnhaler. In de
daarop volgende knokpartij wist de soldaat de Huizer eronder te krijgen.
Echter op diens geschreeuw schoten zijn kameraden hem te hulp en er volgde
een nieuwe steekpartij waarbij het slachtoffer een steek in de borst
opliep. Thomas sloeg op de vlucht en verstopte zich in de kelder van
Hendrik de Kleermaker. Na een langdurig verblijf durfde hij zijn
schuilplaats te verlaten en sloop hij naar Naarden. Aldaar werd hij om
negen uur 's avonds onderzocht en verbonden door de stads-chirurgijn
Cornelis Brouwer. De chirurgijn bracht een rapport uit en vermeldde vier
snijwonden. Eén op het voorhoofd, één over de neus, één op de zij van de
linkerborst en één aan een vinger.
Thomas Delva (ook wel Delvaart) was soldaat van de compagnie Invalides die
te Naarden in garnizoen lag. De commandant van de vesting Naarden, Kolonel
Cornelis van Gheel van Spanbroek, liet Thomas Delva arresteren en
opsluiten bij de hoofdwacht. Daar werd hij verhoord en hoewel zijn lezing
niet veel verschilde van de opgeroepen getuigen werd hij uit het leger
ontslagen.
De schout van Naarden, Cornelis Haack, liet een onderzoek instellen naar
de toedracht. De herbergierster Marretje hield zich op de vlakte, ze was
waarschijnlijk doodsbang voor wraak van de Huizers. Enkele Bussumse
getuigen: Tijmen Schalk, Corn. Jacob Ruyter, Claas Jan Majoor en Hendrik
Vut, werden ook ondervraagd. De namen van de messentrekkers kon men
achterhalen, ze kwamen er met een geldstraf van af. (3) Dat laatste was
een buitenkansje voor de schout, want die streek altijd een derde van de
boetes op.
De zaak kreeg een langdurig vervolg, omdat de stadscommandant de schout
het recht betwistte om vonnis te vellen in deze kwestie. Tot in de hoogste
instanties werd deze zaak uitgevochten. (4)
Tijdens de Blaricummer kermis uit die periode zal het ook wel tot
steekpartijen gekomen zijn. De Blaricummers regelden dat waarschijnlijk
meestal onder elkaar. Mogelijk kneep ook de plaatselijke schout Duurkant
een oogje dicht, want hij kon niets aan deze zaken verdienen. Als er
bloed vloeide kwam de stedehouder van het Gooi daaraan te pas en dat was
de schout van Naarden. Over messentrekkerij tijdens de Blaricummer kermis
kwam schout Cornelis Haack en zijn voorgangers niets aan de weet. Soms
werd echter zelfs de Blaricummer 'upper ten' bedreigd en dat ging
uiteraard niet in de doofpot. Zo reden op 22 december 1718 vier ruiters
van Blaricum naar Huizen. Het waren Cornelis Ploos van Amstel, Anthonij
Killewig, Claas de Swart en Gerbrand Jansz Hogenbirk. Plotseling trok
Hogenbirk zijn mes, zonder dat de anderen enige aanleiding daartoe gegeven
hadden. Gerbrand dreigde met 'veele verwoestheijt' hen te snijden. Claas
de Swart viel door schrik en 'alteratie' van zijn paard en ook Ploos van
Amstel belandde op de grond en sloeg op de vlucht. Gerbrand sprong van
zijn paard, zette de vluchteling na en gaf hem in steek in diens 'rok'.
Vervolgens keerde hij zich tot Killewig terwijl hij woest schreeuwde:
"Nu sal het in voor de Duyvel gelden". Verschillende malen stak hij
onderwijl toe, maar het slachtoffer wist te ontkomen.
Op 11 januari 1719 stond Gerbrand Jansz Hogenbirk uit Huizen te recht bij
de schout en stedehouder van Naarden, Gerard Ganseb Genaamt Tengnagel.
Hogenbirk ontkende alles en tot een strafeis kwam het die dag niet. Vele
vellen papier werden later aan deze zaak gewijd. Mogelijk had Hogenbirk
machtige vrienden, want over een veroordeling is niets in de 'Criminele
Rol' te vinden. 5)
Ghy Heeren, ghy Burgers, vroom en wel gemoet,
Mijdt der Boeren Feesten, sy zijn selden soo soet,
Of 't kost yemant zijn bloet,
En drinckt met mijn een roemer Wijn:
Dat is jou wel soo goet.
't Kan verkeeren
Gerbrand Adriaansz Bredero 1585 - 1618
_____________________
(1) RAH Collectie Perk inv. nr. 1. Historische aantekeningen van Andries
Schoenmaker.
(2) Ferdinand Huyk - Jacob van Lennep (hoofdstuk 2)
(3) OAN 3054 Criminele Rol Naarden 4 juni t/m 18 september 1770
(4) Die van Lage Bussum - J.V.M. Out (hoofdstuk 10)
(5) OAN 3043 Criminele Rol Naarden 11 januari 1719 t/m 21 maart 1724
(6) Messentrekkerij in 't Gooi
Voor afbeeldingen zie 'Die van Lage Bussum':
1) blz. 101: Een gedrukte resolutie op 't vechten uit 8 december 1764.
2) blz. 59: Een prent van de kapel, aan de achterkant gezien vanaf de
hoek Kerkstraat/Nieuwstraat. Een tekening van H. Tavenier uit 1786. (RA
Haarlem)
_____________________________________________________________
Criminele Rol van het rechtsgebied van Naarden, dat ook omvatte de dorpen
Huizen, Blaricum, Laren, Bussum, Hilversum en 's-Graveland.
OAN 3054 Naarden Criminele Rol verdeeld in fiches.
OAN 3054 fiche 02.05.1768 - 12.09.1770
4 juni 1770 Mijne Heeren,
Ingevolge het bij ons gesolveerde hebben wij niet in .... Ued. te
informeren van het volgende geval namelijk
Dat op 4 juni 1770 tussen de soldaat in questie, alhier genaamt Thomas
Delva (van de compagnie Invalide) welke sig te deze tijd te Lage Bussum,
een gehugt onder de juresdictie dezer Stad gelegen, bevond, en ses Huyser
boeren eenig verschil is ontstaan, 't welk tot gevolg heeft gehad dat sij
te samen handgemeen zijn geraakt, en de messen getrokken hebbende de voorn
soldaat in sijn kleeder eenige snijden, als ook eenige ligte quatsuren in
sijn hoofd soude gekregen hebben.
De Heer Commandant deser Stad heeft daarop op de gen. soldaat in arrest
doen nemen, en na 't passeren van een verklaring, hier nevens gevoegd,
contieerde het gepasseerde, ontslagen en vervolgens aan den Heer Cornelis
Haack Stedehouder van den Heer Baliuw en Gijsbert de ..... overgegeven
om tegen de gem. Huyser boeren te procederen.
Den gem. Heer Stedehouder heeft, soo wij geinformeerd zijn, daarop deze
zaak met gem. Huyser boeren voor een seecker somme van penningen
afgemaakt, en heeft desniettegenstaande aan den Heer Commandant bij
missive te kennen gegeven, dat hij sig dese Zaak als behorende tot de
regtbu.t.. (rechtsgebied?) en Bevoto Crimineels in sig hebben, sig niet
konde aantrekken maar ..... onverlaat aan Heer Burgem. en Schepenen dezer
Stad.
De Heer Commandant heeft sig daarop aan ons geadresseert, en niet alles de
verklaring van de voorn. soldaat Thomas Delva maar ook de missive van de
Heer Stedehouder copielijk doen overgen., met en beneffens de missive
copielijk hier nevens gaande.
Wij hebben hierop alle de ..... die wij maar enigsints hebben kunnen
ontdekken, dat van het voorn. geval eenige kennis hadden, voor ons doen
compareren, en sijn door de selve geinformeerd, dat de gem. boeren op de
voorn. Bussummer Kermis in de herberg van de wed. Jan van Soest aan het
danssen sijnde de voorn. Thomas Delva hadde begeerd meede te danssen; dat
hij sulks niet hebbende willen toestaan, en hij egter bij sijn voornemen
en begeert pesisteerende daer over quastie is gereesen, welke tot gevolg
heeft gehad, dat de soldaat een klap soude gekreegen hebben, en dat dan op
soo wel de soldaat als de boeren hunne messen hebben uijtgehaald en
eijdelijk de voorn. soldaat de deur van de herberg hebben uijtgedreeven;
dat na het voorn. geval de voorn. ses Huyser boeren zig in twee partijen
hebben gesepareerd, en drie aan drie zijn gaan eeten ten huijse van
differente persoonen te Bussum. Dat de eene partij uijt het huijs daer sij
sig om te eeten bevonden, een van hun drieen heeft afgesonden om twee
vlessen wijn uijt de herberg te haalen. Dat de voorn. soldaat Thomas Delva
die persoon ontmoet is, en na het schijnt denkend nu beter courage te
hebben, om sig te revengeeren tegen een als ligter ses, die persoon heeft
geattaqueerd in soo verre dat hij hem onder de voet gekreegen heeft; dog
op het geroep door deselve gemaakt de twee andere boeren, als geschiedende
de attaque, nabij het huijs daer sij sig bevonden toeschietende hebben
deselve hunne makker ontset.
Dat daar aldus bij ons bevonden sijnde, hebben wij dese saak als
behoorende tot onse coquistie, ingevolge de ordre costuum alhier bij ons
en onse voorvaderen ge-obseveerd, na dat wij de Huyser boeren voor ons
hadden doen compareren afgedaan, en deselve boeren met een geldboete
gemaleteerd en dan voorn. door onse secretaris en de Heer Commandant deser
Stad kennisse doen geeven, niets anders verwagtende als dat dan daer meede
dese saak ge-eijndigt soude sijn.
Dog tot onse groote verwondering (bij aldien wij wel geinformeerd zijn,
heeft welgen. Commandant goedgevonden sig van voorn. geval kennisse te
geven en sijn Hoogheijd, is klagte gedaen, dat dese Zaak , nu volgens het
voorn. van de soldaat voorkomt swaer te zijn, hoewel sig in effecte niet
anders is als hierboven gemeld staat. Soo ligtelijk was afgedaan, welke
klagten schijnen gesteld te zijn in handen van de Ed. Mog. Heren van den
Hoove; immers wij hebben op den 12 september 1770 van de Hoog Mog.
ontfangen eene missive lopende hier nevensgevoegd waer wij in antwoord
hebben geres... leerd (?) als bij copie meede hier nevens is blijkende.
En hoewel wij verwagt hadden dat deze Zaak hier meede afgedaan soude sijn,
soo hebben wij in tegendeel intfangen een tweede missieve en Welge. Hoog
Mog. gedateert 28 september 1770, waervan insgelijks copie hier nevens,
bij welke ons geordeneert werd voldoend bewijs, dat wij bevoegde souden
zijn sodanige saeken als het voorgevallene met de voorn. soldaat en Huyser
boeren op den 4 juni 1770 de plan en sonder figuur van vonnis af te doen.
---------------------------------------------------------------------------
20 juni 1770
Informatie gedaen op ordre van den Colonel en commandant deses Stad Coen.
van Gheel van Spanbroek ten overstaan van de ondergetek. officieren van de
Compagnie Invalides alhier in Ganisoen aen den persoon van Thomas Delva
soldaat onder de gemelde Compagnie, tans arrestant in de Hoofdwagt.
Segt op maandag den 4 deeser geweest te sijn tot Bussum in het huys van
Marretje van Soest, dat aldaer waaren geweest verscheijdene Huyser boeren,
hem alle onbekent. Dat eene der gemelde boeren hem arrestant had
afgenoomen sijn kan met bier zonder daer ... van hem permissie bekoomen te
hebben. Dat hij arrestant daerop aen gemelde boer had gesegt Drink maer op
mijn Rekening, waerop de andere hadde gesegt voor rekening, of voor geen
rekening, neem maer weg, dag dat den boer die hem zijn kan had
weggenoomen, hem deselve na daer uijt gedronken te hebben, had weeder
gegeven. Dat daerop alles weederom in rust was geraekt, dog dat een niet
daerna sonder dat daer eenige woorden waren voorgevallen hij arrestant een
slag van agteren heeft ontfangen, soo hij meent van een der voorschreeve
Huyser boeren, en wel van eene die geteekent is met een rode vlak in het
aengesigt. Dat daerop omsiende sag dat verscheijden van gemelde boeren
het bloote mes in haer hande hadden waer meede sij ook op dat ogenblik hem
attakeerden en alsoo hij sijn seijdgeweer net bij hem had, dat hij
genoodsaakt was geweest een mesje dat in sijn sak had tot sijn defensie
te gebruijken, met oogmerk om een passagie te maaken, om te kunnen
ontvlugten. Dat hij ook daer in soo verre had geresserert(?), dat de vlugt
had kunnen neemen in een huys daer neevens, booven in de haanebalen. Dat
hij daer bevond rechts in sijn aengesigt gekwets te sijn.
Dat de vrouw van Kees Perk, bewoonster van dat huys hem hadde afgeroepen
en hem gesegt dat de boeren die hem hadden mishandelt al weg waren en aen
hem verder ook had gegeeven brandewijn om sijn wonden af te waschen. Dat
hij daerna is gegaan door het Dorp wandelen met sijn kinderen aen de hand
en komende bij de Cappel aldaer andermael door het selve volk weederom met
messen is geattakeert en na weederom genoodsaekt sijnde geweest noodweer
te doen eijndelijk sig heeft gesauveert in de kelder van Hendrik de
Kleermaaker vindende daer sig weederom opnieuw gewont met een steek in de
borst en nadat hij eenige tijd in gemelde kelder sig verborgenm had
gehouden, heeft hij het dorp verlaten en is na Naarden gegaan.
Eijndigende hij arrestant hier meede sijn verhael en het selve hem van
woort tot woort sijnde voorgeleesen, verklaarde hij sulks alles de suyvere
waerheijd te sijn resteerende des gerequereerd het selve met soleminele
Eede te bevestigen
Aldus gedaen binnen Naerden, den 6 juni 1770
(was geteekent Joh. de Haen, P. Bakker
---------------------------------------------------------------------------
23 juni 1770
Aen den Agtb. geregte des Stad Naarden, dient tot informatie.
Dat ondergeschreven Corn. Brouwer Mr. Chirurgijn te Naarden op den 4 juni
s'avonds te Neegen uren heb verbonden den persoon van Thomas Delva soldaat
in de Compagnie Invalide garnisoen houdende te Naarden. Met vier ligten
wonden, als een [op] voorz voorhooft, en over de neus, een op[ seij van de
linkerborst, en een aan een vinger, sijnde alle dese wonden gesneden even
door de huijt, dus in 't minst niet gevaarlijk.
actum Naarden den 23 juni 1770 Corn. Brouwer Mr. Chirurgijn
--------------------------------------------------------------------------
25 juni 1770
Marretje Soest verklaard dat ten hare huyse tussen Tomas Delva en eenige
Huyser boeren questie is ontstaan. Dat sij der gem. Tomas Delva heeft
geraden om stil te sijn wijl sij hem sijde dat hij tegen de gemeld boer
niet ...... houden. Dat hij egter voortgaande met spreken, hij Tomas Delva
daarop een klap van een der Huyser boeren heeft gekreegen. Dat hoij Tomas
Delva daarop sijn mes heeft getrokken en dat gemelde boer ook daarop sijn
mes getrokken hebben en saam de deur sijn uytgeraakt.
Tijmen Schalk heeft gesien dat hij te bovengem,elde tijde de gem. Huyser
boeren met messen na de voorn Thomas Delva gesneeden hebben.
--------------------------------------------------------------------
Vergadering 26 juni 1770
Cornelis Jacob Ruyter gecompareerd sijnde, verklaard niet over het selve
geval quistie te hebben .....
verklaarde dat eenige Huyser boeren sijn vles wijn genomen en daar uyt
gedronken hebben en .... dan zijn wel 3 vlessen wijn gegr... hebben en
verder .....
Claas Jan Majoor verklarende dat een van de Huyser boeren hem Thomas Delva
een klap heeft gegeven en vervolgens alle te zamen op hem aangevallen
sijn.
Hendrik Vut alhier woonagtig verklaard van Ep Lambert gehoord te hebben
dat sijn soon Lambert een van de personen is geweest die bij 't gen. geval
is geweest, en dat deselven Ep Lambert van sijn soon geld en schulden
betaalt heeft.
---------------------------------------------------------------------
12.09.1770 Zes Huizer boeren ... tegen zeekere invalide Delva of Delvaat
(vervolg op de mishandeling van Delva)
(begraafboek gereformeerde kerk, begraven personen met de naam Delva:
Heijntje 03.11.1811, kind van Thomas 12.05.1764, kind van Thomas 22.01.22)
__________________________________________________________________________
ORA 3054 fiche 12.09.1770 - 27.09.1782
18.09.1770 Zes Huizer boeren (Delva mishandeling)
04.06.1771 Mishandeling Delva op de Bussummer Kermis van 4 juni 1770
__________________________________________________________________________
ANDRIES SCHOENMAKER
Oorspronkelijk handgeschreven manuscript dat de Hollandse dorpen en
stadjes beschrijft en afbeeldt. Het manuscript, twee dikke boekdelen,
berust in de Kon. Bibl. te Den Haag, afd. bijzondere collecties nrs.
78C54-55 met titel: Korte beschrijving van de steden, dorpen, herenhuysen
etc. van Westfriesland, Kennermerland, Waterland en Amstelland, benevens
het meeste gedeelte der selver afbeeldinge, of als het tegenwoordig is,
meest zelf na 't leven getekend en bijeen gebragt door Andries
Schoenmaker.
Deze Andries Schoenmaker was een bemiddeld lakenkoopman.
[In het tijdschrift van Oud Muiderberg van voorjaar 1999 staat een stukje
uit het manuscript van Andries Schoenmaker. Schoenmaker heeft omstreeks
1730 ook een tekening van Naarden en Bussum gemaakt. Hij heeft ook
geschreven over 'het jongspel' dat vroeger in Bussum werd gehouden.
Mogelijk heeft hij nog meer geschreven over gebruiken in het Gooi en/of
Naarden in het bijzonder.]
R.A.H. Collectie Perk inv. nr. 1
Historische aantekeningen, anekdoten ... Gooiland en omstreken
betreffende.
Omstreeks 1700 werden te Bussum nog jongspel gehouden, dit werd vooraf
bekend gemaakt, de meisjes die genegen waren een vrolijke avond te hebben,
gingen in twee rijen bij de deur staan, die binnen gingen namen een meisje
uit de rij en dansten er mede, beviel den vrijer het meisje, dan bleef hij
die avond met haar, anders bragt hij haar weder in de rij. De speellieden
zijn gewoonlijk 3 á 4 vrouwspersonen, die op een daartoe gemaakte verheven
plaats zitten, haar speeltuig is een langen sleutel waarmede zij aardig
weten om te gaan, ieder blijft dan zoo lang als het bestemde vaatje bier
duurt. "Dan leeg, dan wordt er afgeklopt dat het gelag uit is, die dan
blijven willen, betalen hin eigen gelag en blijven zoo lang zij willen.
Zelden eindigt deze vreugd zonder questie".
(zie O en L zaken fol. 88) Andries Schoenmaker.
Woordenboek der Nederlandsche Taal:
JONGSPEL: In Holland en Utrecht - voorheen - de naam voor eene vroolijke
bijeenkomst, met muziek en dans, van jonge mensen van beiderlei geslacht,
t.w. met kermis in de herberg; bij gelegenheid van groenmaakpartijen (met
groen versieren), of bruiloften enz...
___________________________________________________________________________
Ferdinand Huyck - Jacob van Lennep - Tweede hoofdstuk
Waarin men lezen zal, wat in en voor de herberg te Soest voorviel
'maar phas op', voegde hij er fluisterend bij, 'dat je een mhes vraagt,
bij je hontbijt en je niet bedient van 't ghenige dat dhaar sthaat'.
'Hoe!' zeide ik met enige verbzaing; - maar, toen ik met de ogen de blik
van de raadgever volgde, vielen zij op een mes, hetwelk mijn overbuurman,
van wiens ongundtig uitzicht zo even gewag maakte, kort te voren met de
punt midden in de tafel had gestoken. te gelijker tijd herinnerde ik mij,
meermalen gehoord te hebben, hoe sommige liefhebbers van het edele
bekkesnijden, bijzonder in Eem- en Gooiland, gewoon waren hun messen in
herbergen en kroegen op een zichtbare plaats op te hangen, of in de tafel
te steken, en de onkundige of onvoorzichtige vreemdeling, die er zich van
bedienen wilde, of er slecht even naar keek, tot een gevecht te dagen.
___________________________________________________________________________
Die van Lage Bussum - J.V.M. Out
Hoofdstuk 10: LEVEN IN DE BROUWERIJ
Festiviteiten en hun gevolgen
De gestadige gang van zaken in het kleine dorp werd soms onderbroken door
gebeurtenissen, waarbij het hele dorp te loop liep.
Een vast terugkerend gebeuren was de jaarlijkse kermis, vol volkse
vermaken, waarbij de herbergjes goed bezet zullen zijn geweest.
Dat dit alles niet altijd in alle rust verliep, leren ons de notulen van
de vergadering van de Naarder vroedschap van 18 september 1770. De heren
hadden een brief ontvangen van de president en raden van het gewest,
waarin geïnformeerd werd naar hetgeen er op de kermis in Bussum dat jaar
was voorgevallen. Op 4 juni was er in de herberg van Marietje van Soest
een meningsverschil ontstaan tussen 6 Huizer boeren en een zekere Invalide
(soldaat uit het korps Invaliden), die Delva of Delvaart heette. Dit
meningsverschil ontaardde al spoedig in een vechtpartij, waarin men niet
schroomde elkaar met messen te lijf te gaan. Gelukkig raakte niemand
daarbij ernstig gewond, maar de heren van het gewest wilden wel even weten
welke maatregelen de stad genomen had.(144) Aangezien de vroedschap al in
1642 (herhaald in 1764) een resolutie had uitgevaardigd, waarbij de
herbergiers in de juresdictie verplicht werden om van elke vechtpartij
binnen 24 uur melding te doen zal de Naarder stadsdienaar ongetwijfeld
reeds op onderzoek uitgestuurd zijn en zal deze zaak wel op de
gebruikelijke manier afgehandeld zijn.
(144) GAN, C IV 3, blz. 161
Die van Lage Bussum. Op blz. 101 staat een kopie uit het Stadsarch.
Naarden van: Een gedrukte resolutie op 't vechten.
___________________________________________________________________________
Hoofdlijnen uit de ontwikkeling der rechtelijke organisatie in de
Noordelijke Nederlanden tot de Bataafse omwenteling - door J.PH. Monté
Verloren en J.E. Spruit
blz. 250
Ook tegen de bestaande rechtelijke organisatie rezen bezwaren, met name
tegen het beginsel, dat officieren van justitie van de opbrengsten van hun
ambt moesten leven. Schouten, baljuwen, drosten of hoe zij anders mogen
heten, hadden financieel belang bij de rechtspraak, omdat hun inkomsten
onder meer besonden uit een aandeel in de opgelegde boeten en uit de
rengsten van schikkingen getroffen ter voorkoming van een
strafvervolging.(136) Fockema Andrae zegt over deze
compositiebevoegdheid: 'Een zwak punt was het ... dat de officieren van
justitie veelal van de incidentele baten van hun ambt moesten leven en dus
bij al dan niet voorbrengen van zaken, gelijk mede bij de uitspraak, groot
financieel belang hadden. Ook waar de grenzen van het destijds betamelijk
geachte niet werden overschreden, viel het soms moeilijk de schijn van
ongeoorloofde rechtsbinding te vermijden; en het stelsel moest een zekere
mate van corruptie ook bij de lagere opsporingsambtenaren in de hand
werken.(137)
_________________________________________________________________________
Gerbrand Adriaansz Bredero 1585 - 1618
BOEREN-GESELSCHAP
Arent Pieter Gysen, met Mieuwes, Jaap en Leen,
En Klaasjen, en Kloentjen, die trocken t'samen heen
Na 't Dorp van Vinkeveen:
Wangt ouwe Frangs, die gaf sen Gangs, (5)
Die worden ereen.
Arent Pieter Gysen die was so reynt int bruyn, (6)
Sen hoedt met bloem-fluwiel die sat hem vry wat kuyn, (7)
Wat scheefjes en wat schuyn,
Soo datse bloot, ter nauwer noot
Stong hallif op sen kruyn.
enz
30
Aelwerige Arent, die trok het ierste mes
Tuege Piete Kranck-hooft en korselige Kes,
Maer Brangt van Kaallenes,
Die nam een greep, hij kreegh een keep,
Mit noch een boer vuf ses.
35
De Meuysjes die liepen, en lieten dat geschil,
Kannen noch kandelaers, noch niets stonger stil:
Maer Kloens die stack, en hil
Soo dapper uyt, dat een Veen-puyt
Daer doot ter aerden vil.
40
Symen nam de rooster, de beusem, en de tang
En wurpse Ebbert, en Krelis vuer de wang:
Het goetjen ging sen gangh,
Het zy deur 't glas, of waer 't dan was:
Mijn blijven was niet lang.
45
Ghy Heeren, ghy Burgers, vroom en wel gemoet,
Mijdt der Boeren Feesten, sy zijn selden soo soet,
Of 't kost yemant zijn bloet,
En drinckt met mijn een roemer Wijn:
Dat is jou wel soo goet.
50
't Kan verkeeren
(5) Bij het gansrijden werd een levende gans opgehangen; de langsrijdende
boeren moesten trachten haar kok af te trekken.
(6) soo reynt int bruyn: netjes op z'n stads gekleed.
(7) kuyn: luchtig
____________________
gooi-messen.blogspot.com
F.J.J. de Gooijer
In de 18e eeuw was 't Gooi een streek waar buitenshuis weinig te beleven
viel. Wel waren er in de dorpen enige herbergen waar gezelligheid van
mannen onder elkaar vooral uit het drinken van sterke drank bestond. Soms
werden er ook dansavonden voor vrijgezellen gegeven, die bekend stonden
als 'jongspel'. Bij het jongspel werd de muziek verzorgd een aantal
vrouwen. Zij zaten op een verhoging en trommelden en klepperden met een
lange sleutel. De avond werd betaald door een groep jongens. Gezamenlijk
lapten zij geld bijeen en kochten daarvoor een vat bier. Danslustige
meisjes stelden zich op in twee rijen voor de deur van de herberg. Iedere
jongen koos een meisje en danste ermee zolang zij hem beviel. Wanneer hij
genoeg van haar kreeg, bracht hij haar weer naar buiten en koos een ander.
Was het vat bier leeg, dan bleven alleen de grootste liefhebbers over, zij
betaalden hun vertering verder uit eigen zak.(1)
Het hoogtepunt binnen ieder dorp was de jaarlijkse kermis. De vroegste van
Gooiland was de Bussumer kermis van begin juni. Op maandag 4 juni 1770 was
het weer zo ver. Er werd gedanst en stevig gedronken. Ook van elders
kwamen kermisvierders. Uit Naarden kwam de wat oudere soldaat Thomas
Delva met zijn kinderen. In de herberg van Marretje, de weduwe van Jan van
Soest, besloot hij een biertje te gaan drinken. Daar waren echter ook zes
Huizer boeren, die de gezelligheid buiten hun eigen dorp zochten. In het
calvinistische Huizen was kermis taboe. Dergelijk zondig vermaak was de
Here niet welgevallig. Het waren dus niet altijd de besten die hun heil
en vaak ruzie elders zochten. Ruziemaken was vroeger een soort sport.
Vooral het 'bekkesnijden' was populair. Bij een dergelijke uitgelokte
vechtpartij was het 'de kunst' om je tegenstander met een mes een haal
over zijn wang te geven. Het slachtoffer liep daarna zijn leven lang met
een litteken rond.(2) Mogelijk waren de Huizers ook daarop uit. Ze
begonnen Delva lastig te vallen. Eerst wilden ze hem dwingen mee te
dansen. De soldaat weigerde dat, waarop één van de Huizers zijn kan bier
afpakte en leegdronk. Delva zei spottend: "Drink maar op mijn rekening".
Waarop de andere Huizers tegen hun kompaan zeiden: "Rekening of geen
rekening, neem maar weg". De herbergierster Marretje, bang voor een
vechtpartij, probeerde de zaak te sussen en vroeg Delva stil te zijn,
omdat hij tegen de overmacht niet op kon. Daarop gaf één van de Huizers
Delva onverwachts van achteren een klap op zijn hoofd. Deze vechtersbaas
had een rode vlek op zijn gezicht, mogelijk een overblijfsel van een
vroegere vechtpartij. De soldaat was ongewapend, maar plotseling trokken
de boeren en hij hun messen en al vechtende verlieten zij de herberg. Het
slachtoffer wist weg te vluchten en verstopte zich bij Kees Perk in de nok
van het dak. Gezeten op een hanenbalk bleef hij angstig wachten tot de
kust veilig was. Nadat de messentrekkers weggetrokken waren riep de vrouw
van Kees Perk hem naar beneden. De vrouw gaf hem brandewijn om zijn wonden
te wassen. Thomas was licht gewond, maar voelde zich voldoende hersteld om
met zijn kinderen naar de kermis te wandelen. De Huizers hadden zich
inmiddels in twee groepen gesplitst, die elders in een huis gingen eten.
Eén van de Huizers werd weer naar de herberg gestuurd om twee flessen wijn
te halen. Ter hoogte van de Kapel stuitte Delva op de wijnhaler. In de
daarop volgende knokpartij wist de soldaat de Huizer eronder te krijgen.
Echter op diens geschreeuw schoten zijn kameraden hem te hulp en er volgde
een nieuwe steekpartij waarbij het slachtoffer een steek in de borst
opliep. Thomas sloeg op de vlucht en verstopte zich in de kelder van
Hendrik de Kleermaker. Na een langdurig verblijf durfde hij zijn
schuilplaats te verlaten en sloop hij naar Naarden. Aldaar werd hij om
negen uur 's avonds onderzocht en verbonden door de stads-chirurgijn
Cornelis Brouwer. De chirurgijn bracht een rapport uit en vermeldde vier
snijwonden. Eén op het voorhoofd, één over de neus, één op de zij van de
linkerborst en één aan een vinger.
Thomas Delva (ook wel Delvaart) was soldaat van de compagnie Invalides die
te Naarden in garnizoen lag. De commandant van de vesting Naarden, Kolonel
Cornelis van Gheel van Spanbroek, liet Thomas Delva arresteren en
opsluiten bij de hoofdwacht. Daar werd hij verhoord en hoewel zijn lezing
niet veel verschilde van de opgeroepen getuigen werd hij uit het leger
ontslagen.
De schout van Naarden, Cornelis Haack, liet een onderzoek instellen naar
de toedracht. De herbergierster Marretje hield zich op de vlakte, ze was
waarschijnlijk doodsbang voor wraak van de Huizers. Enkele Bussumse
getuigen: Tijmen Schalk, Corn. Jacob Ruyter, Claas Jan Majoor en Hendrik
Vut, werden ook ondervraagd. De namen van de messentrekkers kon men
achterhalen, ze kwamen er met een geldstraf van af. (3) Dat laatste was
een buitenkansje voor de schout, want die streek altijd een derde van de
boetes op.
De zaak kreeg een langdurig vervolg, omdat de stadscommandant de schout
het recht betwistte om vonnis te vellen in deze kwestie. Tot in de hoogste
instanties werd deze zaak uitgevochten. (4)
Tijdens de Blaricummer kermis uit die periode zal het ook wel tot
steekpartijen gekomen zijn. De Blaricummers regelden dat waarschijnlijk
meestal onder elkaar. Mogelijk kneep ook de plaatselijke schout Duurkant
een oogje dicht, want hij kon niets aan deze zaken verdienen. Als er
bloed vloeide kwam de stedehouder van het Gooi daaraan te pas en dat was
de schout van Naarden. Over messentrekkerij tijdens de Blaricummer kermis
kwam schout Cornelis Haack en zijn voorgangers niets aan de weet. Soms
werd echter zelfs de Blaricummer 'upper ten' bedreigd en dat ging
uiteraard niet in de doofpot. Zo reden op 22 december 1718 vier ruiters
van Blaricum naar Huizen. Het waren Cornelis Ploos van Amstel, Anthonij
Killewig, Claas de Swart en Gerbrand Jansz Hogenbirk. Plotseling trok
Hogenbirk zijn mes, zonder dat de anderen enige aanleiding daartoe gegeven
hadden. Gerbrand dreigde met 'veele verwoestheijt' hen te snijden. Claas
de Swart viel door schrik en 'alteratie' van zijn paard en ook Ploos van
Amstel belandde op de grond en sloeg op de vlucht. Gerbrand sprong van
zijn paard, zette de vluchteling na en gaf hem in steek in diens 'rok'.
Vervolgens keerde hij zich tot Killewig terwijl hij woest schreeuwde:
"Nu sal het in voor de Duyvel gelden". Verschillende malen stak hij
onderwijl toe, maar het slachtoffer wist te ontkomen.
Op 11 januari 1719 stond Gerbrand Jansz Hogenbirk uit Huizen te recht bij
de schout en stedehouder van Naarden, Gerard Ganseb Genaamt Tengnagel.
Hogenbirk ontkende alles en tot een strafeis kwam het die dag niet. Vele
vellen papier werden later aan deze zaak gewijd. Mogelijk had Hogenbirk
machtige vrienden, want over een veroordeling is niets in de 'Criminele
Rol' te vinden. 5)
Ghy Heeren, ghy Burgers, vroom en wel gemoet,
Mijdt der Boeren Feesten, sy zijn selden soo soet,
Of 't kost yemant zijn bloet,
En drinckt met mijn een roemer Wijn:
Dat is jou wel soo goet.
't Kan verkeeren
Gerbrand Adriaansz Bredero 1585 - 1618
_____________________
(1) RAH Collectie Perk inv. nr. 1. Historische aantekeningen van Andries
Schoenmaker.
(2) Ferdinand Huyk - Jacob van Lennep (hoofdstuk 2)
(3) OAN 3054 Criminele Rol Naarden 4 juni t/m 18 september 1770
(4) Die van Lage Bussum - J.V.M. Out (hoofdstuk 10)
(5) OAN 3043 Criminele Rol Naarden 11 januari 1719 t/m 21 maart 1724
(6) Messentrekkerij in 't Gooi
Voor afbeeldingen zie 'Die van Lage Bussum':
1) blz. 101: Een gedrukte resolutie op 't vechten uit 8 december 1764.
2) blz. 59: Een prent van de kapel, aan de achterkant gezien vanaf de
hoek Kerkstraat/Nieuwstraat. Een tekening van H. Tavenier uit 1786. (RA
Haarlem)
_____________________________________________________________
Criminele Rol van het rechtsgebied van Naarden, dat ook omvatte de dorpen
Huizen, Blaricum, Laren, Bussum, Hilversum en 's-Graveland.
OAN 3054 Naarden Criminele Rol verdeeld in fiches.
OAN 3054 fiche 02.05.1768 - 12.09.1770
4 juni 1770 Mijne Heeren,
Ingevolge het bij ons gesolveerde hebben wij niet in .... Ued. te
informeren van het volgende geval namelijk
Dat op 4 juni 1770 tussen de soldaat in questie, alhier genaamt Thomas
Delva (van de compagnie Invalide) welke sig te deze tijd te Lage Bussum,
een gehugt onder de juresdictie dezer Stad gelegen, bevond, en ses Huyser
boeren eenig verschil is ontstaan, 't welk tot gevolg heeft gehad dat sij
te samen handgemeen zijn geraakt, en de messen getrokken hebbende de voorn
soldaat in sijn kleeder eenige snijden, als ook eenige ligte quatsuren in
sijn hoofd soude gekregen hebben.
De Heer Commandant deser Stad heeft daarop op de gen. soldaat in arrest
doen nemen, en na 't passeren van een verklaring, hier nevens gevoegd,
contieerde het gepasseerde, ontslagen en vervolgens aan den Heer Cornelis
Haack Stedehouder van den Heer Baliuw en Gijsbert de ..... overgegeven
om tegen de gem. Huyser boeren te procederen.
Den gem. Heer Stedehouder heeft, soo wij geinformeerd zijn, daarop deze
zaak met gem. Huyser boeren voor een seecker somme van penningen
afgemaakt, en heeft desniettegenstaande aan den Heer Commandant bij
missive te kennen gegeven, dat hij sig dese Zaak als behorende tot de
regtbu.t.. (rechtsgebied?) en Bevoto Crimineels in sig hebben, sig niet
konde aantrekken maar ..... onverlaat aan Heer Burgem. en Schepenen dezer
Stad.
De Heer Commandant heeft sig daarop aan ons geadresseert, en niet alles de
verklaring van de voorn. soldaat Thomas Delva maar ook de missive van de
Heer Stedehouder copielijk doen overgen., met en beneffens de missive
copielijk hier nevens gaande.
Wij hebben hierop alle de ..... die wij maar enigsints hebben kunnen
ontdekken, dat van het voorn. geval eenige kennis hadden, voor ons doen
compareren, en sijn door de selve geinformeerd, dat de gem. boeren op de
voorn. Bussummer Kermis in de herberg van de wed. Jan van Soest aan het
danssen sijnde de voorn. Thomas Delva hadde begeerd meede te danssen; dat
hij sulks niet hebbende willen toestaan, en hij egter bij sijn voornemen
en begeert pesisteerende daer over quastie is gereesen, welke tot gevolg
heeft gehad, dat de soldaat een klap soude gekreegen hebben, en dat dan op
soo wel de soldaat als de boeren hunne messen hebben uijtgehaald en
eijdelijk de voorn. soldaat de deur van de herberg hebben uijtgedreeven;
dat na het voorn. geval de voorn. ses Huyser boeren zig in twee partijen
hebben gesepareerd, en drie aan drie zijn gaan eeten ten huijse van
differente persoonen te Bussum. Dat de eene partij uijt het huijs daer sij
sig om te eeten bevonden, een van hun drieen heeft afgesonden om twee
vlessen wijn uijt de herberg te haalen. Dat de voorn. soldaat Thomas Delva
die persoon ontmoet is, en na het schijnt denkend nu beter courage te
hebben, om sig te revengeeren tegen een als ligter ses, die persoon heeft
geattaqueerd in soo verre dat hij hem onder de voet gekreegen heeft; dog
op het geroep door deselve gemaakt de twee andere boeren, als geschiedende
de attaque, nabij het huijs daer sij sig bevonden toeschietende hebben
deselve hunne makker ontset.
Dat daar aldus bij ons bevonden sijnde, hebben wij dese saak als
behoorende tot onse coquistie, ingevolge de ordre costuum alhier bij ons
en onse voorvaderen ge-obseveerd, na dat wij de Huyser boeren voor ons
hadden doen compareren afgedaan, en deselve boeren met een geldboete
gemaleteerd en dan voorn. door onse secretaris en de Heer Commandant deser
Stad kennisse doen geeven, niets anders verwagtende als dat dan daer meede
dese saak ge-eijndigt soude sijn.
Dog tot onse groote verwondering (bij aldien wij wel geinformeerd zijn,
heeft welgen. Commandant goedgevonden sig van voorn. geval kennisse te
geven en sijn Hoogheijd, is klagte gedaen, dat dese Zaak , nu volgens het
voorn. van de soldaat voorkomt swaer te zijn, hoewel sig in effecte niet
anders is als hierboven gemeld staat. Soo ligtelijk was afgedaan, welke
klagten schijnen gesteld te zijn in handen van de Ed. Mog. Heren van den
Hoove; immers wij hebben op den 12 september 1770 van de Hoog Mog.
ontfangen eene missive lopende hier nevensgevoegd waer wij in antwoord
hebben geres... leerd (?) als bij copie meede hier nevens is blijkende.
En hoewel wij verwagt hadden dat deze Zaak hier meede afgedaan soude sijn,
soo hebben wij in tegendeel intfangen een tweede missieve en Welge. Hoog
Mog. gedateert 28 september 1770, waervan insgelijks copie hier nevens,
bij welke ons geordeneert werd voldoend bewijs, dat wij bevoegde souden
zijn sodanige saeken als het voorgevallene met de voorn. soldaat en Huyser
boeren op den 4 juni 1770 de plan en sonder figuur van vonnis af te doen.
---------------------------------------------------------------------------
20 juni 1770
Informatie gedaen op ordre van den Colonel en commandant deses Stad Coen.
van Gheel van Spanbroek ten overstaan van de ondergetek. officieren van de
Compagnie Invalides alhier in Ganisoen aen den persoon van Thomas Delva
soldaat onder de gemelde Compagnie, tans arrestant in de Hoofdwagt.
Segt op maandag den 4 deeser geweest te sijn tot Bussum in het huys van
Marretje van Soest, dat aldaer waaren geweest verscheijdene Huyser boeren,
hem alle onbekent. Dat eene der gemelde boeren hem arrestant had
afgenoomen sijn kan met bier zonder daer ... van hem permissie bekoomen te
hebben. Dat hij arrestant daerop aen gemelde boer had gesegt Drink maer op
mijn Rekening, waerop de andere hadde gesegt voor rekening, of voor geen
rekening, neem maer weg, dag dat den boer die hem zijn kan had
weggenoomen, hem deselve na daer uijt gedronken te hebben, had weeder
gegeven. Dat daerop alles weederom in rust was geraekt, dog dat een niet
daerna sonder dat daer eenige woorden waren voorgevallen hij arrestant een
slag van agteren heeft ontfangen, soo hij meent van een der voorschreeve
Huyser boeren, en wel van eene die geteekent is met een rode vlak in het
aengesigt. Dat daerop omsiende sag dat verscheijden van gemelde boeren
het bloote mes in haer hande hadden waer meede sij ook op dat ogenblik hem
attakeerden en alsoo hij sijn seijdgeweer net bij hem had, dat hij
genoodsaakt was geweest een mesje dat in sijn sak had tot sijn defensie
te gebruijken, met oogmerk om een passagie te maaken, om te kunnen
ontvlugten. Dat hij ook daer in soo verre had geresserert(?), dat de vlugt
had kunnen neemen in een huys daer neevens, booven in de haanebalen. Dat
hij daer bevond rechts in sijn aengesigt gekwets te sijn.
Dat de vrouw van Kees Perk, bewoonster van dat huys hem hadde afgeroepen
en hem gesegt dat de boeren die hem hadden mishandelt al weg waren en aen
hem verder ook had gegeeven brandewijn om sijn wonden af te waschen. Dat
hij daerna is gegaan door het Dorp wandelen met sijn kinderen aen de hand
en komende bij de Cappel aldaer andermael door het selve volk weederom met
messen is geattakeert en na weederom genoodsaekt sijnde geweest noodweer
te doen eijndelijk sig heeft gesauveert in de kelder van Hendrik de
Kleermaaker vindende daer sig weederom opnieuw gewont met een steek in de
borst en nadat hij eenige tijd in gemelde kelder sig verborgenm had
gehouden, heeft hij het dorp verlaten en is na Naarden gegaan.
Eijndigende hij arrestant hier meede sijn verhael en het selve hem van
woort tot woort sijnde voorgeleesen, verklaarde hij sulks alles de suyvere
waerheijd te sijn resteerende des gerequereerd het selve met soleminele
Eede te bevestigen
Aldus gedaen binnen Naerden, den 6 juni 1770
(was geteekent Joh. de Haen, P. Bakker
---------------------------------------------------------------------------
23 juni 1770
Aen den Agtb. geregte des Stad Naarden, dient tot informatie.
Dat ondergeschreven Corn. Brouwer Mr. Chirurgijn te Naarden op den 4 juni
s'avonds te Neegen uren heb verbonden den persoon van Thomas Delva soldaat
in de Compagnie Invalide garnisoen houdende te Naarden. Met vier ligten
wonden, als een [op] voorz voorhooft, en over de neus, een op[ seij van de
linkerborst, en een aan een vinger, sijnde alle dese wonden gesneden even
door de huijt, dus in 't minst niet gevaarlijk.
actum Naarden den 23 juni 1770 Corn. Brouwer Mr. Chirurgijn
--------------------------------------------------------------------------
25 juni 1770
Marretje Soest verklaard dat ten hare huyse tussen Tomas Delva en eenige
Huyser boeren questie is ontstaan. Dat sij der gem. Tomas Delva heeft
geraden om stil te sijn wijl sij hem sijde dat hij tegen de gemeld boer
niet ...... houden. Dat hij egter voortgaande met spreken, hij Tomas Delva
daarop een klap van een der Huyser boeren heeft gekreegen. Dat hoij Tomas
Delva daarop sijn mes heeft getrokken en dat gemelde boer ook daarop sijn
mes getrokken hebben en saam de deur sijn uytgeraakt.
Tijmen Schalk heeft gesien dat hij te bovengem,elde tijde de gem. Huyser
boeren met messen na de voorn Thomas Delva gesneeden hebben.
--------------------------------------------------------------------
Vergadering 26 juni 1770
Cornelis Jacob Ruyter gecompareerd sijnde, verklaard niet over het selve
geval quistie te hebben .....
verklaarde dat eenige Huyser boeren sijn vles wijn genomen en daar uyt
gedronken hebben en .... dan zijn wel 3 vlessen wijn gegr... hebben en
verder .....
Claas Jan Majoor verklarende dat een van de Huyser boeren hem Thomas Delva
een klap heeft gegeven en vervolgens alle te zamen op hem aangevallen
sijn.
Hendrik Vut alhier woonagtig verklaard van Ep Lambert gehoord te hebben
dat sijn soon Lambert een van de personen is geweest die bij 't gen. geval
is geweest, en dat deselven Ep Lambert van sijn soon geld en schulden
betaalt heeft.
---------------------------------------------------------------------
12.09.1770 Zes Huizer boeren ... tegen zeekere invalide Delva of Delvaat
(vervolg op de mishandeling van Delva)
(begraafboek gereformeerde kerk, begraven personen met de naam Delva:
Heijntje 03.11.1811, kind van Thomas 12.05.1764, kind van Thomas 22.01.22)
__________________________________________________________________________
ORA 3054 fiche 12.09.1770 - 27.09.1782
18.09.1770 Zes Huizer boeren (Delva mishandeling)
04.06.1771 Mishandeling Delva op de Bussummer Kermis van 4 juni 1770
__________________________________________________________________________
ANDRIES SCHOENMAKER
Oorspronkelijk handgeschreven manuscript dat de Hollandse dorpen en
stadjes beschrijft en afbeeldt. Het manuscript, twee dikke boekdelen,
berust in de Kon. Bibl. te Den Haag, afd. bijzondere collecties nrs.
78C54-55 met titel: Korte beschrijving van de steden, dorpen, herenhuysen
etc. van Westfriesland, Kennermerland, Waterland en Amstelland, benevens
het meeste gedeelte der selver afbeeldinge, of als het tegenwoordig is,
meest zelf na 't leven getekend en bijeen gebragt door Andries
Schoenmaker.
Deze Andries Schoenmaker was een bemiddeld lakenkoopman.
[In het tijdschrift van Oud Muiderberg van voorjaar 1999 staat een stukje
uit het manuscript van Andries Schoenmaker. Schoenmaker heeft omstreeks
1730 ook een tekening van Naarden en Bussum gemaakt. Hij heeft ook
geschreven over 'het jongspel' dat vroeger in Bussum werd gehouden.
Mogelijk heeft hij nog meer geschreven over gebruiken in het Gooi en/of
Naarden in het bijzonder.]
R.A.H. Collectie Perk inv. nr. 1
Historische aantekeningen, anekdoten ... Gooiland en omstreken
betreffende.
Omstreeks 1700 werden te Bussum nog jongspel gehouden, dit werd vooraf
bekend gemaakt, de meisjes die genegen waren een vrolijke avond te hebben,
gingen in twee rijen bij de deur staan, die binnen gingen namen een meisje
uit de rij en dansten er mede, beviel den vrijer het meisje, dan bleef hij
die avond met haar, anders bragt hij haar weder in de rij. De speellieden
zijn gewoonlijk 3 á 4 vrouwspersonen, die op een daartoe gemaakte verheven
plaats zitten, haar speeltuig is een langen sleutel waarmede zij aardig
weten om te gaan, ieder blijft dan zoo lang als het bestemde vaatje bier
duurt. "Dan leeg, dan wordt er afgeklopt dat het gelag uit is, die dan
blijven willen, betalen hin eigen gelag en blijven zoo lang zij willen.
Zelden eindigt deze vreugd zonder questie".
(zie O en L zaken fol. 88) Andries Schoenmaker.
Woordenboek der Nederlandsche Taal:
JONGSPEL: In Holland en Utrecht - voorheen - de naam voor eene vroolijke
bijeenkomst, met muziek en dans, van jonge mensen van beiderlei geslacht,
t.w. met kermis in de herberg; bij gelegenheid van groenmaakpartijen (met
groen versieren), of bruiloften enz...
___________________________________________________________________________
Ferdinand Huyck - Jacob van Lennep - Tweede hoofdstuk
Waarin men lezen zal, wat in en voor de herberg te Soest voorviel
'maar phas op', voegde hij er fluisterend bij, 'dat je een mhes vraagt,
bij je hontbijt en je niet bedient van 't ghenige dat dhaar sthaat'.
'Hoe!' zeide ik met enige verbzaing; - maar, toen ik met de ogen de blik
van de raadgever volgde, vielen zij op een mes, hetwelk mijn overbuurman,
van wiens ongundtig uitzicht zo even gewag maakte, kort te voren met de
punt midden in de tafel had gestoken. te gelijker tijd herinnerde ik mij,
meermalen gehoord te hebben, hoe sommige liefhebbers van het edele
bekkesnijden, bijzonder in Eem- en Gooiland, gewoon waren hun messen in
herbergen en kroegen op een zichtbare plaats op te hangen, of in de tafel
te steken, en de onkundige of onvoorzichtige vreemdeling, die er zich van
bedienen wilde, of er slecht even naar keek, tot een gevecht te dagen.
___________________________________________________________________________
Die van Lage Bussum - J.V.M. Out
Hoofdstuk 10: LEVEN IN DE BROUWERIJ
Festiviteiten en hun gevolgen
De gestadige gang van zaken in het kleine dorp werd soms onderbroken door
gebeurtenissen, waarbij het hele dorp te loop liep.
Een vast terugkerend gebeuren was de jaarlijkse kermis, vol volkse
vermaken, waarbij de herbergjes goed bezet zullen zijn geweest.
Dat dit alles niet altijd in alle rust verliep, leren ons de notulen van
de vergadering van de Naarder vroedschap van 18 september 1770. De heren
hadden een brief ontvangen van de president en raden van het gewest,
waarin geïnformeerd werd naar hetgeen er op de kermis in Bussum dat jaar
was voorgevallen. Op 4 juni was er in de herberg van Marietje van Soest
een meningsverschil ontstaan tussen 6 Huizer boeren en een zekere Invalide
(soldaat uit het korps Invaliden), die Delva of Delvaart heette. Dit
meningsverschil ontaardde al spoedig in een vechtpartij, waarin men niet
schroomde elkaar met messen te lijf te gaan. Gelukkig raakte niemand
daarbij ernstig gewond, maar de heren van het gewest wilden wel even weten
welke maatregelen de stad genomen had.(144) Aangezien de vroedschap al in
1642 (herhaald in 1764) een resolutie had uitgevaardigd, waarbij de
herbergiers in de juresdictie verplicht werden om van elke vechtpartij
binnen 24 uur melding te doen zal de Naarder stadsdienaar ongetwijfeld
reeds op onderzoek uitgestuurd zijn en zal deze zaak wel op de
gebruikelijke manier afgehandeld zijn.
(144) GAN, C IV 3, blz. 161
Die van Lage Bussum. Op blz. 101 staat een kopie uit het Stadsarch.
Naarden van: Een gedrukte resolutie op 't vechten.
___________________________________________________________________________
Hoofdlijnen uit de ontwikkeling der rechtelijke organisatie in de
Noordelijke Nederlanden tot de Bataafse omwenteling - door J.PH. Monté
Verloren en J.E. Spruit
blz. 250
Ook tegen de bestaande rechtelijke organisatie rezen bezwaren, met name
tegen het beginsel, dat officieren van justitie van de opbrengsten van hun
ambt moesten leven. Schouten, baljuwen, drosten of hoe zij anders mogen
heten, hadden financieel belang bij de rechtspraak, omdat hun inkomsten
onder meer besonden uit een aandeel in de opgelegde boeten en uit de
rengsten van schikkingen getroffen ter voorkoming van een
strafvervolging.(136) Fockema Andrae zegt over deze
compositiebevoegdheid: 'Een zwak punt was het ... dat de officieren van
justitie veelal van de incidentele baten van hun ambt moesten leven en dus
bij al dan niet voorbrengen van zaken, gelijk mede bij de uitspraak, groot
financieel belang hadden. Ook waar de grenzen van het destijds betamelijk
geachte niet werden overschreden, viel het soms moeilijk de schijn van
ongeoorloofde rechtsbinding te vermijden; en het stelsel moest een zekere
mate van corruptie ook bij de lagere opsporingsambtenaren in de hand
werken.(137)
_________________________________________________________________________
Gerbrand Adriaansz Bredero 1585 - 1618
BOEREN-GESELSCHAP
Arent Pieter Gysen, met Mieuwes, Jaap en Leen,
En Klaasjen, en Kloentjen, die trocken t'samen heen
Na 't Dorp van Vinkeveen:
Wangt ouwe Frangs, die gaf sen Gangs, (5)
Die worden ereen.
Arent Pieter Gysen die was so reynt int bruyn, (6)
Sen hoedt met bloem-fluwiel die sat hem vry wat kuyn, (7)
Wat scheefjes en wat schuyn,
Soo datse bloot, ter nauwer noot
Stong hallif op sen kruyn.
enz
30
Aelwerige Arent, die trok het ierste mes
Tuege Piete Kranck-hooft en korselige Kes,
Maer Brangt van Kaallenes,
Die nam een greep, hij kreegh een keep,
Mit noch een boer vuf ses.
35
De Meuysjes die liepen, en lieten dat geschil,
Kannen noch kandelaers, noch niets stonger stil:
Maer Kloens die stack, en hil
Soo dapper uyt, dat een Veen-puyt
Daer doot ter aerden vil.
40
Symen nam de rooster, de beusem, en de tang
En wurpse Ebbert, en Krelis vuer de wang:
Het goetjen ging sen gangh,
Het zy deur 't glas, of waer 't dan was:
Mijn blijven was niet lang.
45
Ghy Heeren, ghy Burgers, vroom en wel gemoet,
Mijdt der Boeren Feesten, sy zijn selden soo soet,
Of 't kost yemant zijn bloet,
En drinckt met mijn een roemer Wijn:
Dat is jou wel soo goet.
50
't Kan verkeeren
(5) Bij het gansrijden werd een levende gans opgehangen; de langsrijdende
boeren moesten trachten haar kok af te trekken.
(6) soo reynt int bruyn: netjes op z'n stads gekleed.
(7) kuyn: luchtig
____________________
gooi-messen.blogspot.com
F.J.J. de Gooijer